Het laatste nieuws

Je bent eindelijk van je klachten af. De rug voelt weer goed, de schouder doet geen pijn meer en sporten gaat weer prima. En dan… een paar weken of maanden later zijn de klachten tóch ineens terug.

Dat kan ontzettend frustrerend zijn. Je hebt misschien het gevoel dat je weer terug bij af bent. Toch betekent een terugkerende klacht niet automatisch dat er iets ernstig mis is of dat je lichaam 'zwak' is. Vaak zit er een andere verklaring achter.

De pijn is weg, maar het herstel is nog niet compleet

Het af laten nemen en verdwijnen van de pijn is voor veel mensen een doel op zich. Dat is begrijpelijk, want pijn is meestal de reden waarom je iets niet meer kunt. Helaas is pijnvrij zijn niet hetzelfde als volledig hersteld zijn.

Klachten kunnen afnemen, terwijl de belastbaarheid van het lichaam nog niet op peil is. Je spieren zijn misschien nog niet zo sterk als voorheen, je conditie is wat afgenomen of je lichaam is nog minder gewend aan bepaalde bewegingen.

Daardoor ontstaat er een risico: je voelt je weer beter en gaat direct terug naar je oude niveau.

Te snel weer voluit

Dit zien we vaak bij sporters, maar ook in het dagelijks leven. De rug voelt beter, dus de hele tuin wordt in één dag aangepakt. De knie doet geen pijn meer, dus er wordt direct weer hardgelopen op het oude tempo. De schouder is rustig, dus alle klussen die zijn blijven liggen worden ingehaald.

Het probleem is dan niet de activiteit zelf, maar de te grote sprong in belasting.

Je lichaam heeft tijd en opbouw nodig om weer op het oude niveau te komen. Als de belasting sneller stijgt dan de belastbaarheid, kunnen klachten opnieuw de kop opsteken.

Het symptoom behandelen is niet altijd genoeg

Het kan zijn dat de pijn is verdwenen, maar dat er nog weinig is veranderd aan de factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de klachten. En dan hebben we het niet over een scheef bekken, een 'slechte' knie of een uitgedroogde fascia.

Mogelijk is de kracht nog niet teruggetraind, is de conditie nog beperkt of is de balans tussen belasting en herstel nog niet optimaal.

Bij veel klachten spelen ook andere factoren een rol:

  • langdurige stress
  • weinig slaap
  • weinig beweging
  • een drukke periode op het werk
  • angst om weer te bewegen

Als deze factoren niet veranderen, is de kans op terugkerende klachten vaak groter.

Het lichaam wordt sterker van de juiste prikkel

Herstel betekent niet alleen dat de pijn verdwijnt. Het betekent ook dat het lichaam weer voldoende belastbaar wordt.

Daarom besteden we bij fysiotherapie vaak aandacht aan:

  • kracht
  • stabiliteit
  • coördinatie
  • conditie
  • vertrouwen in bewegen

Door deze aspecten op te bouwen, vergroot je de buffer van je lichaam. Daardoor kun je meer hebben voordat klachten opnieuw ontstaan. Onderzoek na onderzoek laat zien dat voldoende kracht en belastbaarheid een belangrijke rol spelen bij het verminderen van terugkerende klachten.

Een terugval is geen falen

Een klacht die terugkomt, betekent niet automatisch dat alle vooruitgang verdwenen is. Sterker nog, veel herstelprocessen kennen een schommelend verloop en gaan gepaard met kleine terugvallen. Het belangrijkste is dat je leert begrijpen waarom klachten terugkomen en hoe je daarop kunt reageren. Mensen die hun lichaam goed leren kennen, signalen leren herkennen en weten hoe ze hun belasting kunnen aanpassen, krijgen vaak meer grip op terugkerende klachten.

Hoe voorkom je dan dat klachten blijven terugkomen?

Een paar praktische aandachtspunten:

  • Bouw activiteiten geleidelijk op.
  • Wacht niet alleen tot de pijn weg is, maar werk ook aan belastbaarheid.
  • Blijf bewegen, ook als je je weer goed voelt.
  • Besteed aandacht aan slaap, stress en herstel.
  • Zie een tijdelijke toename van klachten niet direct als een mislukking.

De rol van fysiotherapie

Bij Fysiotherapie Middelburg - Goes kijken we niet alleen naar de klacht van vandaag, maar ook naar de vraag waarom deze steeds terugkomt.

Samen onderzoeken we welke factoren een rol spelen en hoe we je lichaam weer voldoende belastbaar kunnen maken. Niet alleen zodat de pijn verdwijnt, maar vooral zodat je met vertrouwen kunt blijven bewegen en de kans op terugkerende klachten kleiner wordt. Uiteindelijk is het doel niet alleen om van de klacht af te komen, maar ook om beter voorbereid te zijn als het leven weer even wat meer van je vraagt.

Veel mensen schrikken wanneer ze horen dat er sprake is van artrose. Termen als "slijtage", "versleten gewricht" of "bot-op-bot" roepen al snel het beeld op dat het alleen maar achteruit kan gaan. Eigenlijk wel logisch dus dat veel mensen voorzichtiger worden en beweging gaan vermijden.

Toch weten we inmiddels dat dit vaak niet de beste aanpak is. Sterker nog: juist bij artrose is blijven bewegen één van de belangrijkste onderdelen van de behandeling.

Wat is artrose eigenlijk?

Artrose is een verandering van een gewricht die ontstaat naarmate we ouder worden. Het kraakbeen verandert, maar ook het bot, kapsel en de omliggende structuren passen zich aan.

Dat klinkt misschien zorgwekkend, maar deze veranderingen horen voor een groot deel bij het ouder worden. Uit onderzoek weten we dat veel mensen artrose op een scan hebben, zonder dat zij klachten ervaren.

Met andere woorden: artrose en pijn zijn niet automatisch hetzelfde.

Meer slijtage betekent niet automatisch meer pijn

Veel mensen denken dat pijn een directe maat is voor hoeveel slijtage er aanwezig is. In de praktijk blijkt die relatie verrassend zwak.

Sommige mensen hebben duidelijke artrose op een röntgenfoto en functioneren prima. Anderen hebben relatief weinig zichtbare veranderingen, maar ervaren veel klachten.

Dat komt doordat pijn door veel meer factoren wordt beïnvloed dan alleen de staat van een gewricht. Ook slaap, stress, conditie, spierkracht, herstelvermogen en vertrouwen in bewegen spelen een rol.

De valkuil van minder bewegen

Wanneer bewegen pijnlijk wordt, is het logisch dat je het gewricht wat gaat ontzien. Op korte termijn voelt dat natuurlijk prettig, want het scheelt pijn.

Als je echter langdurig minder gaat bewegen, dan gebeuren er ook andere dingen:

  • spierkracht neemt af
  • conditie gaat achteruit
  • gewrichten worden stijver
  • dagelijkse activiteiten kosten meer energie
  • het vertrouwen in bewegen neemt af

Daardoor kan het lijken alsof de artrose erger wordt, terwijl het eigenlijk de belastbaarheid van het lichaam is die verder afneemt.

Waarom bewegen juist helpt

Gewrichten zijn gemaakt om te bewegen. Door te bewegen worden voedingsstoffen die in het gewrichtsvocht zitten verspreidt over alle oppervlaken van het gewricht. Dit smeert letterlijk het gewricht en voedt het kraakbeen. Beweging helpt daarbij ook de spieren sterk te houden. Sterke spieren ondersteunen op hun beurt het gewricht en vangen een deel van de belasting op.

Daarnaast heeft bewegen een positief effect op pijn, conditie, slaap en algehele gezondheid. Dat betekent niet dat je door de pijn heen moet blijven gaan, maar wel dat het vaak beter is om activiteiten aan te passen dan volledig te stoppen.

Krachttraining en artrose

Misschien wel het grootste misverstand rondom artrose is dat krachttraining slecht zou zijn voor een gewricht. Vaak wordt gedacht dat een zware belasting klachten zou verergeren, maar het tegenovergestelde blijkt waar.

Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat krachttraining één van de meest effectieve behandelingen is bij artrose van bijvoorbeeld de knie of heup. Door spieren sterker te maken, wordt het gewricht beter ondersteund en nemen pijn en beperkingen vaak af.

Het doel is daarbij niet om zo zwaar mogelijk te trainen, maar om geleidelijk op te bouwen op een manier die past bij jouw situatie.

Wat kun je zelf doen?

Bij artrose zijn een aantal dingen vaak zinvol:

  • blijf dagelijks bewegen
  • wissel belasting en herstel af
  • bouw activiteiten geleidelijk op
  • werk aan spierkracht
  • kijk naar wat je wél kunt doen
  • verwacht geen perfecte dagen, maar vooruitgang over tijd

Kleine stappen maken op de lange termijn vaak een groot verschil.

Wat kan fysiotherapie toevoegen?

In onze praktijk zien we regelmatig mensen die door een diagnose artrose onzeker zijn geworden over bewegen. Vaak is de angst voor verdere slijtage groter dan nodig.

Samen kijken we naar wat jouw lichaam aankan, welke activiteiten belangrijk voor je zijn en hoe we je belastbaarheid weer kunnen vergroten. Dat doen we niet door het gewricht alleen maar te ontzien, maar door het stap voor stap sterker en belastbaarder te maken. We zien namelijk dat mensen hier écht mee opknappen.

Wil je ook actief aan de slag om te kunnen blijven doen wat je het liefste doet? Neem dan contact met ons op via het contactformulier, of bel naar 0118- 714 714 om een afspraak te maken.

Een misstap tijdens het sporten, verkeerd landen na een sprong of simpelweg ongelukkig van de stoep af stappen: een verzwikte enkel komt ontzettend vaak voor. Het ene moment gaat alles nog prima, het volgende moment voel je je voet naar binnen klappen en schiet er een felle pijn door je enkel. Vaak ontstaat er snel zwelling en lopen wordt lastiger.

Maar wanneer is het “gewoon” een verzwikking, en wanneer moet je je zorgen maken?

Moet je een foto laten maken?

Veel mensen vragen zich direct af of er iets gebroken is, mede doordat er vaak een duidelijk 'knap' gevoeld en gehoord kan worden. Gelukkig is er bij de meeste enkelverzwikkingen geen sprake van een breuk. Met behulp van een aantal simpele richtlijnen kunnen we vaak goed inschatten of een röntgenfoto zinvol is.

Een foto is verstandig wanneer je:

  • niet in staat bent om vier stappen te lopen
  • duidelijke pijn hebt bij druk op het onderste deel van kuit- of scheenbeen
  • pijn hebt op het middenvoetsbeentje aan de buitenzijde van de voet
  • pijn hebt midden op de voet

Dit noemen we de Ottawa Ankle Rules. Uit onderzoek blijkt dat hiermee breuken zeer betrouwbaar kunnen worden uitgesloten. In de meeste gevallen gaat het gelukkig om een bandletsel en niet om een breuk. Bij slechts 15% van de verzwikkingen komt een breuk voor, waarbij het dan vaak om een zogenaamde 'avulsiefractuur' gaat: de banden trekken zo hard aan het bot dat een klein stukje bot van het kuitbeen meescheurt.
Blijft er toch twijfel hangen, dan kunnen we met behulp van echografisch onderzoek ter plekke breuken in- of uitsluiten.

Wat gebeurt er eigenlijk bij een verzwikking?

Bij een klassieke enkelverzwikking (een 'inversietrauma') klapt de voet naar binnen. Daarbij rekken of scheuren de banden aan de buitenzijde van de enkel op. Vooral de voorste enkelband (het anterieure talofibulaire ligament) loopt hierbij letsel op. Bij een forse verzwikking kan ook het middelste bandje gescheurd zijn, het calcaneofibulaire ligament.

Dat klinkt vaak heftiger dan het hoeft te zijn. Je kunt namelijk heel goed herstellen van een verzwikking, mits je op de juiste manier belast tijdens het herstel.

3 4 3 enkelinstabiliteit e87cea476f

Rust houden of juist bewegen?

Voorheen kregen mensen vaak het advies om vooral veel rust te houden, te koelen en de enkel niet te belasten. Tegenwoordig kijken we daar genuanceerder naar.

In de eerste dagen kan het verstandig zijn om de enkel tijdelijk wat te ontzien, zeker als lopen nauwelijks gaat. Maar volledig stilhouden is meestal niet nodig, en werkt juist averechts. Het lichaam herstelt beter wanneer je geleidelijk weer beweging en belasting opbouwt binnen de pijngrens. Je geeft daarmee een positieve impuls, waardoor de aanleg van de banden beter gestructureerd en begeleidt worden. 

Ook over ijs en ontstekingsremmers weten we inmiddels meer. Hoewel koelen tijdelijk prettig kan voelen tegen pijn, blijkt uit onderzoek dat het herstel er niet sneller door verloopt. Hetzelfde geldt voor ontstekingsremmers: een ontstekingsreactie is juist onderdeel van het natuurlijke herstelproces van het lichaam en moeten we dan ook niet afremmen.

Waarom goed herstellen belangrijk is

Veel mensen kunnen na een paar weken weer redelijk lopen en sporten, maar toch blijft de enkel daarna gevoelig of instabiel aanvoelen. Dat komt vaak doordat kracht, balans en coördinatie nog niet volledig hersteld zijn.

Juist daarom is een goede opbouw belangrijk. Door de enkel weer gecontroleerd te belasten, leert het lichaam opnieuw omgaan met bewegingen, draaien en onverwachte situaties. 

Wat kun je zelf doen?

De juiste manier van omgang wordt tegenwoordig samengevat volgens de regels: PEACE & LOVE

531719012 1523897415238909 8952210291466229696 n

Bij een enkelverzwikking helpen deze punten vaak goed:

  • Blijf bewegen binnen een acceptabele pijngrens
  • Bouw wandelen en dagelijkse activiteiten rustig op
  • Voorkom complete rust gedurende langere tijd
  • Werk aan kracht en balans wanneer de ergste pijn afneemt
  • Geef het herstel voldoende tijd

Een lichte verzwikking herstelt vaak binnen enkele weken. Bij forsere bandletsels kan dit 12 tot 26 weken in beslag nemen.

Wat kan fysiotherapie toevoegen?

Bij Fysiotherapie Middelburg - Goes begeleiden we regelmatig mensen met enkelklachten, van recreatieve sporters tot fanatieke atleten.

We kijken niet alleen naar de pijn of zwelling, maar vooral naar:

  • stabiliteit
  • kracht
  • coördinatie
  • vertrouwen in bewegen
  • terugkeer naar sport of werk

Samen bouwen we stap voor stap op richting volledig herstel, zodat de kans op terugkerende enkelklachten kleiner wordt.

Twijfel je over je enkelklacht of wil je begeleiding bij het herstel? Neem gerust contact met ons op.

Als je klachten hebt, hoop je vaak op een duidelijk herstel: elke week een beetje beter, tot het uiteindelijk over is. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk werkt het lichaam zelden zo voorspelbaar. Herstel verloopt vaker met ups en downs. De ene dag gaat het beter, de andere dag lijkt het juist weer tegen te vallen. Dat kan frustrerend zijn en zorgt er vaak voor dat mensen gaan twijfelen: doe ik iets verkeerd?

Waarom herstel schommelt

Je lichaam reageert niet alleen op wat je doet, maar ook op alles eromheen. Denk aan slaap, stress, werkdruk, beweging en herstelmomenten. Op een drukke dag na weinig slaap kan dezelfde belasting ineens zwaarder aanvoelen dan op een rustige dag. Dat betekent niet dat er iets misgaat, maar dat je lijf gevoeliger reageert op prikkels.

Een mindere dag betekent geen terugval

Veel mensen schrikken als klachten ineens weer wat toenemen nadat het juist beter ging. Het voelt al snel alsof je terug bij af bent. Toch is dat meestal niet het geval. Een tijdelijke toename van pijn betekent zelden dat er opnieuw schade is ontstaan. Het zegt vaker iets over hoeveel je lichaam op dat moment aankan. Je systeem is wat gevoeliger, maar dat zal zich ook weer herstellen.

Het is belangrijk om dat onderscheid te leren maken en ernaar te handelen. Niet elke slechte dag is een stap achteruit.

De valkuil van te snel ingrijpen

Wanneer klachten toenemen, ontstaat al snel de neiging om in te grijpen. Dat kan betekenen dat je stopt met bewegen of sporten, maar ook dat je activiteiten gaat vermijden of snel opnieuw hulp zoekt. Hoewel dat begrijpelijk is, werkt het niet altijd in je voordeel.

Door te snel in te grijpen, krijgt je lichaam minder kans om zich aan te passen. Dat betekent niet dat je klachten moet negeren, maar wel dat het helpt om eerst te observeren: wat gebeurt er en herstelt het ook weer?

Niet elke toename vraagt om directe actie. Het kan ook een normale reactie zijn op belasting, die zich vanzelf weer herstelt.

Hoe ga je hier praktisch mee om?

Het helpt om niet te veel te focussen op één dag, maar te kijken naar het grotere geheel.

  • Kijk naar de trend over meerdere dagen of weken
  • Blijf bewegen binnen een acceptabele pijngrens
  • Gebruik de 24-uurs regel: hoe reageert je lichaam de dag erna?
  • Pas iets aan als het nodig is, maar voorkom grote schommelingen in belasting

Door kleine aanpassingen te maken, blijf je in beweging zonder te forceren. Houd er daarnaast rekening mee dat herstel al gauw zo’n zes weken in beslag kan nemen.

Herstel is vooruitgang over tijd

Herstel gaat niet alleen over minder pijn, maar ook over wat je weer kunt. Misschien kun je weer wat langer wandelen, beter slapen of dagelijkse activiteiten makkelijker uitvoeren. Dat zijn belangrijke signalen van vooruitgang, ook als je af en toe nog iets voelt. De bandbreedte van wat je kunt doen neemt op die manier toe.

Door daarop te letten, verschuift de focus van “pijnvrij zijn” naar “weer kunnen doen wat belangrijk is”.

5f1c54ab 9631 4713 a8bb d32f8ac6d6ff

Als je lichamelijke klachten hebt, is rust houden een logische gedachte. Bij pijn wil je het even ontzien, wat minder bewegen, niet sporten. Maar is dat ook altijd de juiste aanpak? In veel gevallen is rust alléén niet genoeg om echt te herstellen. In dit artikel lees je waarom.

Ons lichaam past zich aan

Bij een acute blessure of duidelijk heftige overbelasting kan tijdelijke rust absoluut helpend zijn. Je lichaam heeft dan die tijd nodig om te herstellen. Toch blijkt uit onderzoek en in de praktijk dat bij veel aanhoudende klachten, zoals een tennisarm of langdurige rugklachten, rust niet altijd zorgt voor een sneller herstel. Sterker nog: het lichaam wordt vaak juist minder belastbaar door te weinig prikkels. 

Spieren verliezen bij inactiviteit al binnen één tot twee weken merkbaar kracht. Pezen en gewrichten passen zich aan aan naar wat je van ze vraagt. Vraag je te weinig, dan wordt je lijf minder sterk en veerkrachtig: een kwestie van 'use it or lose it'. Het lichaam is in die zin efficiënt, het past zich bij inactiviteit net zo goed aan, als bij training.

Grenzen leren aanvoelen

In veel gevallen is het dus goed om lichamelijk actief te blijven, zolang dit met duidelijke kaders gebeurt. 

Voel je wat ongemak tijdens bewegen of sporten en is dat binnen een uur na de activiteit weer verdwenen? Dan is dat meestal geen probleem. Je hebt je lichaam een prikkel gegeven om sterker te worden, zonder het te overbelasten. Een pijnscore tot ongeveer 4 op een schaal van 10 is daarbij acceptabel.

Merkt je echter scherpe of zeer aanwezige pijn op of blijft pijn lang na de activiteit hangen (>24u), dan is het te veel van het goede geweest en krijgt de blessure te veel te verwerken. Dit kan ervoor zorgen dat de klacht weer wat meer oplaait.

De sleutel ligt in het leren herkennen van deze signalen, zodat je je herstel actief kan ondersteunen.

Aansterken om beter terug te komen

Gedoseerd opbouwen in belasting en sport is vaak essentieel om echt vooruitgang te boeken. Door stap voor stap meer te doen, vergroot je je belastbaarheid.

Blijf daarbij steeds koppelen hoe je lichaam reageert. Voel je ruimte om iets uit te breiden? Dan is dat juist het moment om dat te doen.

Sporten en trainen binnen de grenzen kan herstel bevorderen. Het geeft vertrouwen in wat je aankunt en zorgt ervoor dat je lijf extra weerbaar wordt, zodat je toekomstige ongemakken ook beter kunt voorkomen.

Wat kun je dan zelf doen bij klachten?

  • Blijf dagelijks bewegen binnen een acceptabele pijngrens
  • Kies voor voorspelbare, herhaalbare belasting
  • Bouw in kleine stapjes op
  • Wacht niet tot pijn volledig verdwenen is

Je lichaam herstelt niet alleen door stilstand, maar juist door de juiste prikkel op het juiste moment. Rust kán een belangrijk onderdeel zijn van herstel, maar op tijd weer opbouwen is onmisbaar.

Heb je daar hulp bij nodig? Dan helpen we je graag op weg. Neem contact op via ons contactformulier.

Na een harde training kun je het de volgende dag meestal nog goed voelen. Zware benen, stram en gevoelig, misschien wat stijf en pijnlijk bij het traplopen. Wanneer is dit normale spierpijn, en wanneer ben je een blessure aan het opbouwen?

Voor veel sporters is dat verschil lastig. Zeker voor degenen die graag snel vooruit willen. Juist die sporters zien we regelmatig in de praktijk.

Wat is normale spierpijn?

Normale spierpijn, ook wel DOMS (Delayed Onset Muscle Soreness) genoemd, ontstaat meestal 24 tot 48 uur na een intensieve of nieuwe trainingsprikkel.

Kenmerken:

  • Diffuse pijn in een spiergroep
  • Vaak aan beide kanten
  • Stijfheid bij starten
  • Het voelt beter zodra je in beweging komt
  • Binnen enkele dagen duidelijk minder

Spierpijn betekent dat je lichaam zich aanpast. Het is een teken van herstel en opbouw.

Wat past meer bij een blessure?

Een beginnende blessure voelt anders.

Let op:

  • Een duidelijke, lokale plek
  • Scherpe of stekende pijn
  • Pijn die al tijdens de training ontstaat
  • Geen verbetering bij warming-up
  • Pijn die toeneemt bij herhaling
  • Klachten die langer dan enkele dagen blijven hangen

Pezen zijn hierbij een goed voorbeeld. Ze reageren vaak vertraagd op overbelasting. Vandaag voelt het “wel oké”, maar de volgende ochtend is het duidelijk erger.

Waarom fanatieke sporters soms te laat remmen

Fanatieke sporters zijn vaak gedisciplineerd én gedreven. Ze willen opbouwen volgens schema en ze willen vooruitgang zien. Even minderen voelt dan vaak als achteruitgang. Herstel wordt bovendien beïnvloed door factoren als nachtrust, voeding, dagelijkse belasting en stress. Soms vraagt het herstel net iets meer tijd dan je planning toelaat, en te snel weer doorgaan kan opstapelende irritaties veranderen in (langdurige) blessures.

Een praktische richtlijn

Gebruik deze eenvoudige check:

  • Blijft de pijn onder de 4 op een schaal van 0–10?
  • Is de pijn de volgende dag niet duidelijk erger?
  • Is de functie grotendeels intact?
  • Heb je geen stijf gevoel in de pezen bij opstarten?

Dan is gecontroleerd doortrainen vaak veilig.

Maar:

  • Wordt de pijn progressief erger?
  • Duurt het herstel langer dan 48 uur?
  • Ga je onbewust compenseren?

Stoppen is vaak nog niet nodig, maar bijsturen wél. Laat het opbouwende schema tijdelijk los en kies gedurende 1 à 2 weken voor meer hersteltrainingen en rustmomenten. Zo geef je je lichaam de kans om weer belastbaar genoeg te worden voor een volgende intensievere prikkel.

Slim trainen is duurzaam trainen

Herstel is geen teken van zwakte. Het is onderdeel van progressie en is minstens zo belangrijk als de trainingsprikkel.

De beste sporters zijn niet degenen die nooit klachten hebben. Het zijn degenen die signalen op tijd herkennen en hun training daarop aanpassen.

Twijfel je? Dan kijken we in onze praktijk graag met je mee. Samen zorgen we dat je sterker terugkomt! Neem contact op via het contactformulier.

Pagina 1 van 10